Welkom
d of t, dat
is de vraag
Strand, strandt, gestrand, reist, gereisd, verovert, veroverd
Aan het einde van al deze werkwoorden hoort u steeds een t-klank.
Maar de ene keer schrijft u een t, de andere keer een d
en soms zelfs dt. Hoe zit dat? Voor veel mensen is de d of
t aan het einde van een werkwoord een kwestie van kruis of munt.
Vaak doet dit afbreuk aan een verder prima geschreven tekst.
Word helpt niet voldoende
Misschien zult u zeggen: ik heb toch de spellingscontrole van Word!
U kunt daar echter niet blind op varen.
Word zet wel een rood golflijntje onder brant of
geleevt, omdat deze schrijfwijze altijd fout is. Maar of u nu
brand of brandt schrijft, gebeurt of gebeurd, Word rekent deze woorden
allemaal goed, omdat al deze vormen bestaan.
Het hangt echter van de
situatie af
welke vorm de juiste is. Welke situaties zijn dat? Zit er een systeem
in? Systeem
Inderdaad zit er een systeem in. Gelukkig. Een betrekkelijk eenvoudig
systeem als u het vergelijkt met bijvoorbeeld de regels van
de nieuwe spelling. De regels voor de keuze van een d of t
bestaan al heel lang, al uit de tijd van het kofschip en van andere
houten
schepen. En ze vallen redelijk snel aan te leren.Hoe te beginnen?
U kunt het Stappenplan doorlezen om er in te komen.
U kunt ook meteen een van de Tests doen om te controleren hoe het er
voor staat met uw dt-kennis.
Er zijn A- en B-tests. De B-tests zijn gelijk aan de A-tests, maar ze
geven steeds een korte toelichting bij
het antwoord. Al doende leert men.
Als u weinig problemen tegenkomt, kunt u zich ook
wagen aan de test met Samengestelde zinnen, waar de
dt-vraag niet principieel anders is, maar waar het wel extra uitkijken
is geblazen
En wanneer de grammaticaregels diep zijn weggezakt, kan het overzicht onder de
knop Grammatica uitkomst bieden.
Daarin staan alle grammaticaregels
die u nodig heeft bij de keuze voor een d of een t.
We gaan ervan uit dat de meeste regels u bekend zullen voorkomen, maar
dat sommige onderdelen niet of niet goed zijn aangeleerd.
De meest voorkomende fout is bijvoorbeeld dat er bij werkwoorden die
beginnen met be-, ge-, her- er-, ont- of ver- geen
onderscheid
wordt gemaakt tussen een tegenwoordige tijd en een voltooid deelwoord.
In de Grammaticaregels wordt dit nader uit de doeken gedaan
en u kunt daarvoor ook een aparte test doen.
Misschien bent u eens gestrand. Maar
met dit dt-kompas verovert u
in korte tijd de grammaticaregels en reist
u veilig door de zee van d en t.
Behouden vaart!
|