|
Stappenplan: |
||
| 1. |
Bepaal wat het d/t-werkwoord
is en vorm het hele werkwoord |
|
| 2. |
Vorm de stam |
|
| 3. |
Bepaal in welke
tijd het werkwoord staat |
|
| 4. |
Pas de regels toe
van de OTT, de OVT of van de Voltooide Tijd |
|
| Voorbeelden: 1.Hij verovert de wereld.Stap 1 - Het dt-werkwoord is: verovert. Het hele werkwoord is: veroveren Stap 2 - De stam is: verover Stap 3 - De werkwoordstijd: verovert eindigt niet op de(n) of te(n), dus het is geen ovt. Er is verder in de zin geen hulpwerkwoord aanwezig. Dan is het dt-woord ook geen voltooid deelwoord. Dus is verovert een ott. Stap 4 - De regels van de ott: Hij is derde persoon. Dus stam + t > verovert. Dus met een t achter de stam.
2. Hij heeft de wereld veroverd.
|
||
|
Belangrijkste verschillen OTT en een Voltooide Tijd: - In een Voltooide Tijd is een hulpwerkwoord aanwezig bij het dt-werkwoord. In de OTT niet. - In de OTT-enkelvoud schrijven we alleen de stam als het onderwerp ik is, of als het onderwerp je/jij achter het werkwoord staat. In alle andere gevallen stam + t. (voorbeeld: hij verovert) - In een Voltooide Tijd schrijven we een t achter de stam als de laatste letter van de stam in t k f s ch p staat. In alle andere gevallen een d. (voorbeeld: hij heeft veroverd)
|
||
| Zie voor meer voorbeelden: de
B-Tests (met toelichting bij de antwoorden)
|
||
| Het bovenstaande wordt onder de volgende knoppen nog
eens uitgelegd. De aanpak blijft hetzelfde, de formulering is alleen ietsje anders. |
![]() |