6.4 Stam op v of f: geen t maar d in het voltooid deelwoord

Werkwoorden die eindigen op -ven of -zen, hebben oorspronkelijk als stam v of z.
Voorbeeld: leven > oorspronkelijke stam: leev
Voorbeeld: reizen > oorspronkelijke stam: reiz

Aan het einde van een lettergreep of woord schrijven we echter geen v of z.
Daarom wisselt in de tegenwoordige tijd de v voor een f en de z voor een s. (zie 3.4)
Dus wordt leev > leef
en reiz > reis.

Echter,
bij het voltooid deelwoord (en in de onvoltooid verleden tijd) moeten we bij het toepassen van de kofschipregel
rekening houden met de oorspronkelijke stam van deze werkwoorden Dus met de v of z en niet met de f of s.
Aangezien de v en de z allebei niet in het kofschip staan, eindigt het voltooid deelwoord van deze werkwoorden
altijd op een d (en de onvoltooid verleden tijd op de(n))!
Dus: ge-leef-d, ge-reis-d (met een d op het eind).

Deze werkwoorden, met zogeheten klinkerwisseling (van v naar f en van z naar s), moeten we niet verwarren met werkwoorden zonder klinkerwisseling, zoals bijvoorbeeld; blaffen, eisen.
De f blijft hier een f, de s een s. De stam is hier dus: blaf, eis.
Aangezien de f en de s wel in het kofschip staan, volgen we hier de normale kofschipregel, dus een t achter de stam.
En ge- ervoor.
Het voltooid deelwoord van deze werkwoorden is dus: ge-blaf-t, ge-eis-t (met een t op het eind).