6.2  īt kofschip: t of d achter de stam

Als de stam van het werkwoord eindigt op t, k, f, s, ch of p (īt kofschip), dan volgt bij het voltooid deelwoord een t achter de stam.
En ge- ervoor .
Eindigt de stam op een andere letter, dan volgt er een d achter de stam.
En ge- ervoor.

Voorbeeld: werken
De stam is: werk
De laatste letter van de stam is een k. De k staat in het kofschip, dus een t achter de stam.
En ge- ervoor. Dus: ge-werk-t

Voorbeeld: wandelen
De stam is: wandel
De laatste letter van de stam is een l. De l staat niet in het kofschip, dus een d achter de stam.
En ge- ervoor. Dus: ge-wandel-d

Opgelet:
de letters o en i doen niet mee in īt kofschip.
In bijvoorbeeld het werkwoord aaien is de stam aai.
Maar de i doet niet mee in īt kofschip. Preciezer: de i doet niet mee in: īt k f s ch p. Dus een d achter de stam.
En ge- ervoor. Dus: ge-aai-d

Soms kunnen we de onvoltooid verleden tijd gebruiken om te horen of er een d of een t moet komen in het voltooid deelwoord.
Horen we duidelijk een d in de onvoltooid verleden tijd (bijvoorbeeld: stuur-de), dan is het voltooid deelwoord ook met een d (ge-stuur-d)

Het is echter niet altijd eenvoudig om de juiste klank te horen.
Dan biedt in alle gevallen de kofschipregel zekerheid.