6.1  Voltooid deelwoord en hulpwerkwoord

De Voltooide Tijd van een werkwoord wordt gevormd door een voltooid deelwoord en een of meer hulpwerkwoorden.

Meer over de hulpwerkwoorden onder 6.6 en 6.7

Het voltooid deelwoord zelf wordt gevormd door:
a. het voorvoegsel ge- voor de stam van het werkwoord
    Zie echter regel 6.5 voor de uitzonderingen
b. d of t achter de stam van het werkwoord
    Zie verder regel 6.2, 6.3 en 6.4
 

Voorbeeld: Ik heb getekend
Hulpwerkwoord: heb
dt-werkwoord: getekend
Hele werkwoord: tekenen
Stam: teken
Voltooid deelwoord: ge-teken-d (ge +stam+ d)

Voorbeeld: De hond heeft geblaft
Hulpwerkwoord: heeft
dt-werkwoord: geblaft
Hele werkwoord: blaffen
Stam: blaf
Voltooid deelwoord: ge-blaf-t (ge +stam+ t)

De keuze voor d of t wordt bepaald door de regels van īt kofschip. (6.2)