|
5.2
v/z-woorden: geen te(n), maar de(n) achter de stam
Werkwoorden die
eindigen op -ven of -zen hebben oorspronkelijk als stam v of
z
Voorbeeld: leven > oorspronkelijke stam: leev
Voorbeeld: reizen> oorspronkelijke stam: reiz
Aan het eind van een
lettergreep of woord schrijven we echter geen v of z.
Daarom wisselt in de tegenwoordige tijd de v in een f en
de z in een s. (zie 3.4)
Dus wordt leev: leef
en reiz: reis
Echter,
in de
onvoltooid verleden tijd (en bij het voltooid deelwoord) moeten we bij
het toepassen van de kofschipregel
rekening houden met de oorspronkelijke stam van deze werkwoorden. Dus
met de v of z en niet met de f of s.
Aangezien de v en de z allebei niet in het kofschip staan, eindigt de
verleden tijd van deze werkwoorden nooit op te(n),
maar altijd op de(n) (en het voltooid deelwoord op d).
Dus: leefde(n), reisde(n)
Deze werkwoorden, met
zogeheten klinkerwisseling (van v naar f en van z naar
s),moeten we niet
verwarren met werkwoorden
zonder klinkerwisseling, zoals bijvoorbeeld: blaffen, eisen.
Bij die werkwoorden blijft de f een f en de s een
s. De stam is hier
dus: blaf, eis.
Aangezien de f en de s wel in het kofschip staan, volgen we hier de
normale kofschipregel, dus te(n) achter de stam.
De onvoltooide tijd wordt dus: blaf-te(n), eis-te(n)
|