|
5.1
īt kofschip: t of d
Als de stam van het werkwoord eindigt op t, k, f, s, ch of p (`t
kofschip), dan volgt in de onvoltooid verleden tijd enkelvoud
-te achter de stam en in het meervoud -ten.
Eindigt de stam op een andere letter, dan volgt in het enkelvoud -de
achter de stam en in het meervoud -den.
Bijvoorbeeld: werken
De stam is: werk
De laatste letter van de stam is een k
De k staat in het kofschip. Dus -te(n) achter de stam: werk-te(n)
Bijvoorbeeld:
wandelen
De stam is: wandel
De laatste letter van de stam is een l
De l staat niet in: īt k f s ch p. Dus -de(n) achter de stam:
wandel-de(n)
Opgelet:
De letters o en i doen niet mee in īt kofschip.
In bijvoorbeeld het werkwoord aaien is de stam aai.
De i doet niet mee in īt kofschip. Preciezer: de i doet
niet mee in: īt k f s ch p. Dus -de(n) achter de stam: aai-de(n)
|