4.3 Geen dubbele t in de tweede en derde persoon enkelvoud

Als de stam van het werkwoord eindigt op een t, schrijven we in de tweede en derde persoon enkelvoud
niet nog een t erachter. We schrijven geen dubbele letters aan het einde van een woord of lettergreep.

Voorbeeld: boeten - (Hij boet voor zijn daden)
stam+t is eigenlijk: boet-t. Geen dubbele letters aan het eind, dus de t er weer af: boet.
De tweede en derde persoon zijn hier dus gelijk aan de eerste persoon. (ik boet)