4.2 Stam of stam + t

In de onvoltooid tegenwoordige tijd enkelvoud schrijven we, afhankelijk van het onderwerp, stam of stam+t:

Als het onderwerp is: stam of stam+t Voorbeeld
1e persoon: stam ik teken
2e persoon: stam+t jij teken-t
3e persoon: stam+t hij teken-t

De eerste persoon is altijd: ik
De tweede persoon is de persoon tegen wie je spreekt: jij (je), u
De derde persoon is over wie of over wat je spreekt: hij, mijn schoonmoeder, de gemeente, Madonna,
maar ook bijvoorbeeld: de auto (start snel), het (regent),  de liefde (bloeit)