3.4 Geen v of z aan het einde van een woord of lettergreep

Aan het einde van een woord of lettergreep schrijven we geen v of z.
Voorbeeld: leven. Als we in verband met de stam alleen -en eraf halen, dan krijgen we lev. Dit mag niet zo blijven staan.
Eerst weer een e erbij om de klinker lang te houden (zie regel 3.3): leev
Maar er mag ook geen v aan het einde staan. Daarom veranderen we de v in een f.
Dus niet leev, maar leef

Hetzelfde geldt voor woorden of lettergrepen die eindigen op een z. Daar wordt de z een s.
Voorbeeld: reizen. -en eraf en je krijgt reiz
Geen z aan het einde, de z wordt een s. Dus: reis

Maar, opgelet:
straks, in de onvoltooid verleden tijd en bij het voltooid deelwoord gaan we, voor het bepalen van de d of t, uit van het oorspronkelijke einde van de stam, dus van de v of de z.

Meer voorbeelden met v/f-wisseling: proeven, draven, beven
Meer voorbeelden met z/s-wisseling: grazen, verhuizen,