3.3. Lange klinkers blijven lang

Bij het vormen van de stam moeten we ervoor zorgen dat lange klinkers lang blijven.
Voorbeeld: Om de stam te vormen van het werkwoord ma-ken (lange klinker), halen we eerst achteraan -en eraf.
Dan krijgen we mak (korte klinker). Dat is een ander woord met ook een andere uitspraak.
Om in de stam de oorspronkelijk lange klinker weer terug te krijgen, schrijven we niet een a, maar dubbel a, dus: maak

Waarom staat er maar een a, terwijl de klinker lang is?
In het hele werkwoord ma-ken spreek je wel de lange klinker aa uit, maar je schrijft maar een a.
Dat is zo omdat aan het einde van een lettergreep of woord geen dubbele letters mogen worden geschreven.
Dus niet maa-ken, maar maken.


Hetzelfde gebeurt bij de lange klinkers ee, oo, uu.
Voorbeelden: de-len, ro-ken, stu-ren
We spreken een lange klinker (ee, oo, uu) uit, maar we schrijven maar een e, o, u.
In de stam van deze woorden schrijven we weer de oorspronkelijke dubbele ee, oo, uu. Dus: deel, rook, stuur